|
Verloren keek ze het groepje pestende meiden aan. Weer hadden ze de gelegenheid aangegrepen om haar te pesten en weer kon ze niet tegen ze op. Ze scholden haar uit, schopte en sloegen haar en of dat nog niet genoeg was trokken ze aan haar kleren. De knopen sprongen van haar jas en huilend raapte zij ze op. Eén van de vriendinnen stond grijnzend toe te kijken hoe ze de knoppen telde. Haar jas was gescheurd en ze trok hem uit om te bekijken hoe erg de schade was. Haar gedachten gingen uit naar haar moeder. Wat moest ze thuis vertellen. In de afgelopen weken had ze al zoveel smoesjes verzonnen over het feit dat haar kleren stuk waren en soms repareerde ze zelf de verscheurde kleding. Haar ouders hadden beiden een goede baan, dus over het geld hoefde ze niet in te zitten. Soms wilde ze dat haar ouders wat meer thuis zouden zijn in ruil voor die dure spullen die ze thuis hadden. Opeens zag ze de schoolmeester op haar af komen. Toen de pestende meiden dat ook zagen, maakten ze dat ze wegkwamen. De meester keek ze na en vroeg aan haar wat eraan scheelde. 'Niets meester, ik ben van het muurtje gevallen en toen is mijn jas gescheurd. Mijn moeder herstelt hem wel weer. Het is niet zo erg,' loog ze. Ze kon niet anders dan liegen. In de loop van de tijd hadden de meiden haar maar al te goed duidelijk gemaakt wat er zou gebeuren als ze haar mond tegen wie dan ook over hen zou open doen. Om niet nog meer in de problemen te raken verzon ze elke keer weer een leugentje om best wil. En gaf ze op deze manier elke keer toe aan de pestende meiden die haar op een afstand gadesloegen. De meester was nog maar net weg of één van hen kwam op haar af en waarschuwde dat ze haar mond moest houden anders was ze nog niet jarig. Gebroken ging ze in een hoek van het schoolplein staan en wachtte totdat de schoolbel zou gaan. Gelukkig duurde het niet lang en kon ze naar de klas. In de klas had ze een plekje vooraan kunnen bemachtigen. Dat was voor haar de beste plek om in de klas enigszins met rust te worden gelaten. Maar vaak schoven ze haar een briefje toe. Het ging van hand tot hand, tot dat het uiteindelijk bij haar aankwam. In het begin had zij ze wel gelezen, maar later las ze de briefjes niet meer. Er stonden alleen maar kwetsende opmerkingen en dreigementen in. Na schooltijd werd ze vaak opgewacht en uitgescholden voor vies varken en dat ze niet zoveel moest vreten. 'Je bent dik en vies, je bent nog lelijker dan een varken,' riepen ze naar haar. Ineengekropen probeerde ze zo snel mogelijk weg te komen, maar dat lukte haar maar een enkele keer. De meeste keren werd ze in het nauw gedreven en moest ze eerst nog een paar flinke harde schoppen incasseren voor dat ze naar huis kon rennen. Thuis nam ze meteen de weg naar haar veilig kamertje en schreef de gebeurtenissen van de dag in haar dagboek. Ze bleef veilig op haar kamertje totdat haar moeder riep dat ze gingen eten. Haar huiswerk maakte ze vaak na het eten en tegen de tijd dat het bedtijd werd, voelde ze de angst weer naar boven komen borrelen. Probeerde zichzelf wijs te maken dat die angst helemaal niet nodig was, maar hoe meer ze erover ging piekeren, hoe erger het werd. Ze sliep slecht en lag vaak hele nachten wakker. Tegen de tijd dat het tijd was om op te staan, was ze vaak zo moe dat ze inslaap viel en dan te laat op school kwam. Haar ouders hadden niet in de gaten wat er met hun dochter aan de hand was. Tot haar ouders gevraagd werd of ze voor een gesprek op school zou wilden komen. Daar werd haar verteld dat haar dochter altijd te laat op school kwam en wilde weten wat daar de reden van was. Haar moeder werd dan woedend op haar en daardoor voelde ze zich erg schuldig. En nog steeds hoorde ze de stem in haar hoofd van haar ouders. 'Je gedraagt je onverantwoordelijk. Je bent oud en wijs genoeg om zelf de tijd in de gaten te houden,' schreeuwde haar vader. 'We werken ons het apelazerus en jij gooit je pet ernaar. Zo zal er nooit iets van je terecht komen,' en daar kon ze het mee doen. Het had geen zin om het hen uit te leggen. Ze voelden zich door hen in de steek gelaten. Hoe ze ook geprobeerd had het hun uit te legen, niets hielp. Uiteindelijk zweeg ze weer en liet ook het maar over haar heen gaan. Intussen was ze heel bekwaam geworden in het herstellen van haar kleding en ze hield haar jas zover mogelijk voor haar ouders verborgen. De weg naar school werd elke dag een ware hel. Op de dagen dat ze niet gepest werd voelde ze vreemd genoeg een soort gemis. En vaak was ze opgelucht dat ze haar weer pesten, omdat ze het dan maar weer gehad had en hoefde ze een ogenblik niet zo waakzaam te zijn. Ook de gymleraar kon er wat van, ook hij had altijd wat over gewicht aan te merken. 'Snoep toch eens wat minder, met dit gewicht kom je nooit boven in het touw,' schreeuwde hij grijnzend door de gymzaal. Ze haalde dan haar schouders op en deed net of het haar niet interesseerde. En de meeste kinderen lachte haar uit volle borst uit. Zo ging het dag in dag uit en het was net of ze eraan wendde. Ze had geen vriendinnen en wilde ze ook niet hebben. Sommige zeiden dan wel dat ze heel anders waren, maar als puntje bij paaltje kwam, kozen ze toch partij voor de anderen. Opeens rolde de tranen over haar wangen. Legde haar hoofd op het kussen van haar bed en huilde net zolang tot dat ze geen vocht meer had. De flinke huilbui had haar goed gedaan, maar maakte al snel weer plaats voor de angsten en vernederingen die maar in haar hoofdje bleven rond dwalen. Voor ze aan tafel ging, raapte ze al haar moed bij elkaar om maar niets van haar gevoelens te laten merken. Haar ouders werkte beiden hard en ze wilde hen niet met haar problemen opzadelen. Het was iedere avond dezelfde vraag hoe het op school was en dat ze goed haar best moest blijven doen. Als ze dit jaar een goed rapport zou krijgen, zou ze iets moois krijgen deelde ze haar iedere avond mede. Op een keer verloor ze haar geduld en boos zei ze. 'Ik heb liever dat jullie wat meer aandacht aan me gaven dan al die dure cadeaus waarmee jullie steeds mee aankomen. Wat mij betreft mogen jullie die houden.' Haar vader sprong boos op en riep. 'Je bent een ondankbaar wicht. Wij werken hard om jou zoveel mogelijk te kunnen geven en dat je straks de mogelijkheid hebt om te kunnen studeren. Straks moet je naar de hoge school, denk je soms dat dit geen geld kost. Je mag ons wel dankbaar zijn en wat beter je best doen op school. Laat ik er niet achter komen dat je nog één keer te laat op school komt.' Ze schrok want tot nu toe had haar vader altijd zijn mond gehouden. Ze was van tafel gerend en naar haar kamer gegaan waar ze haar tranen de vrije loop liet.
Een jaar verstreek en ze had de hoop gekoesterd dat het op de middelbare school beter zou gaan. Maar ze had de pech dat veel kinderen uit haar klas naar dezelfde school waren gegaan. Dus gingen de pesterijen gewoon door. Op een dag kwam ze thuis, nam plaats voor de spiegel en tuurde minutenlang naar haar spiegelbeeld. Ze zag een mollig meisje, dat door velen mensen dik werd genoemd. Hoe langer ze naar haar spiegelbeeld keek, hoe
|
|