|
Geduldig stond het paard op stal te wachten op haar bazin. Ze hoefde niet lang te wachten, want waar zij was was haar bazin ook meestal te vinden. Sandra haar bazin, had het best getroffen met haar paard. Ze was lief en trouw, na haar geboorte was ze niet meer bij Sandra weg te slaan. Samen met de man, de eigenaar van de paarden waar ze regelmatig op bezoek ging om te helpen, had ze de hele nacht bij de moeder zitten wachten op de geboorte van haar veulen. Toen het veulen eindelijk werd geboren was Sandra de enige die zich in de stal bevond. Het veulen lag in het stro en legde haar hoofd op de schoot van Sandra. Voorzichtig veegde ze het veulen met schoon stro af en al snel waren zij samen één en niet meer van elkaar te scheiden. Sandra verzorgde haar en toen ze groot genoeg was voor de verkoop ging Sandra mee naar de paardenmarkt. Ze vond het niet leuk dat het paard op de markt te koop stond. Elke keer als er maar iemand in de buurt van het paardje kwam en informeerde naar de gezondheid en de prijs, verzon ze allerlei smoezen. Ze noemde een veel hogere prijs dan er werkelijk voor gevraagd werd en beweerde dat het paardje niet erg gezond was en dat ze dus maar beter naar een ander paardje konden uitkijken. De eigenaar begreep er niets van. Hij was ervan overtuigd dat het paard goed en gezond was en kon maar niet begrijpen dat hij haar iedere keer weer opnieuw mee naar huis terug moest nemen. Zo ging er een jaar voorbij en toen kreeg Sandra de kans om het paard zelf te kopen. Ze was met haar vader gaan praten, die wilde haar het geld wel lenen. Ze was zo trots als een pauw en al snel had ze een fijne plek voor haar paard gevonden. Nu stond het met wat omzwervingen van de ene naar de andere manege vlak bij haar huis en ze deed alles om het haar paard naar de zin te maken. Als ze maar even een minuut vrij had, was ze op de manege te vinden en iedereen kende haar dan ook. Jaren verstreken en het paard werd met liefde door haar bereden. De ene cursus na de ander volgde ze en soms kreeg ze zelfs gratis privé lessen van leraren. 'Je bent een braaf paard. Kom laten we gaan rijden of wil je liever springen. Je ziet er wat pips uit dame,' het paard stak zijn hoofd onder haar arm en liet zich eens lekker door haar borstelen en vertroetelen. 'Ik kom je morgen vroeg weer opzoeken. Ik moet nu echt gaan, anders krijg ik van mijn baas op m´n lazer,' ze sloot de stal en verliet de manege die bijna verlaten was.
Vroeg in de ochtend, net voor het krieken van de dag, stapte ze uit haar auto en zag dat het hek van de manege open stond. Een onaangenaam gevoel maakte zich van haar meester en het gevoel maakte haar in de war. Ze sloot het hek achter zich en wandelde naar de stal waar haar paard stond. Het vreemde gevoel in haar buik deed haar een beetje misslijk worden. Waarom stond het hek wagen wijdopen, ik begrijp er niets van. In al die jaren heb ik dat niet één keer mee gemaakt, dacht ze. Bij de stal kwam ze langzaam tot stilstand en kreeg het benauwd omdat ze geen respons kreeg. Normaal begroette Tara haar al van verre. Blijkbaar kon zij aan haar voetstappen horen dat ze eraan kwam. Maar nu bleef het doodstil, eng stil. Ze opende de staldeur, keek naar binnen en tot haar grote schik stond Tara niet in de stal. De schik sloeg om in paniek en ze rende als een wilde over de manege. Keek in de binnenbak, maar daar was ze niet. Rende naar de buitenbak, maar ook daar was ze niet. De buitenbak was leeg er was geen enkel paard te bekennen. Ze bleef de omgeving afzoeken maar waar ze ook zocht, er was geen spoor van haar paard te bekennen. Verslagen slenterde ze terug naar de manege. Ze wist niet hoelang ze in de stal van haar paard had zitten wachten voordat iemand haar vond. Haar vriend vond dat ze wel erg lang weg bleef en was opzoek gegaan. In de stal zag hij haar in elkaar gedoken in een hoekje zitten met haar hoofd op haar knieën. 'Wat is er aan de hand en waar is je paard,' vroeg hij. Nam naast haar plaats en sloeg een arm om haar schouders. ´Ze is weg, ik denk dat ze is gestolen. Ik heb overal gezocht, maar ik kan haar nergens vinden. Ik zal haar wel nooit meer terug zien en ik wil ook geen ander paard,' zei ze triest. De hele manege was opeens in rep en roer. Vrienden verzamelde zich op het parkeerterrein en iedereen belde hun vrienden en vriendinnen om opzoek te gaan naar Sandra's paard. De hele dag werd er gezocht maar er was geen spoor van het paard te vinden en iedereen was ervan overtuigd dat het gestolen moest zijn. De politie werd ingeschakeld, maar die konden niets anders doen dan de aangifte van een gestolen paard noteren. Naar een paard zoeken, nee dat konden ze niet doen. Daar hadden ze echt geen tijd voor. 'Bent u verzekerd tegen diefstal,' vroeg de agent haar. 'Wat kan mij dat geld schelen, ik wil mijn paard terug,' en de tranen sprongen in haar ogen. Iedereen probeerde haar te troosten, maar ze wilde alleen zijn en met rust gelaten worden. Haar vriend nam haar mee en zwijgend reden ze terug naar huis.
Een auto met aan zijn trekhaak een paardentrailer stopte in het donker op een afgelegen plek. 'Opschieten mannen, maar doe het wel stil. Het wordt zo licht en dan wil ik dat paard op stal hebben.' 'Weet je zeker dat je het goede paard hebt, vroeg de man die de deuren van de trailer opende. Ik weet het niet hoor, maar als dit een renpaard is, ben ik een pijl uit een boog.' 'Ik weet het zeker en zeur toch niet zo schiet liever op. Je hebt toch zelf de naam op die staldeur zien staan. Wat stond daarop?' 'Tja Tara, maar je hebt meer hondjes die fikkie heten. Ik betwijfel het. Stel dat het toch niet het renpaard is dat ze moesten hebben, wat moeten we dan?' 'Dan zal ik haar moeten afschieten, het is niet anders. We kunnen ons niet permitteren om sporen achter te laten.' 'En waar wil je dat kadaver dan laten? Het is geen muis die je in een doosje kan verstoppen,' maar zijn maat vond dat hij niet zo moest zeuren en wilde dat hij meteen zijn commentaar voor zich hield, anders zou hij hem een klap voor zijn kaken verkopen. Tara werd meegevoerd naar een plek ver van de bewoonde wereld. Op een stal, wat je eigenlijk geen stal kon noemen, werd ze aan een stalenpijp vastgebonden. Ze kon haar hoofd nog maar nauwelijks bewegen. Daar stond ze en dacht aan Sandra en miste haar. Ze begreep er niets van. Waarom deed haar baasje haar dit aan. Er klopte niets van. 'Pst,' hoorde ze vanachter een kist, maar ze kon niets zien. 'Pst,' hoorde ze weer opnieuw en toen zag ze opeens een grote rat die op een ketting stond te balanceren. 'Houdt je kop stil paard, anders flikker ik eraf,' zei de rat. 'Kop, wat denk jij wel vieze rat. Ik ben een edel dier, als je dat maar goed begrijpt,' antwoordde Tara. 'Is al goed, maar zeg dan ook geen vieze rat meer tegen mij. Ik zou wel eens de redder in nood voor je kunnen zijn. Ik heb net nog gehoord dat ze je zullen afmaken wanneer blijkt dat je geen renpaard bent. Ik weet niet veel van paarden maar zo te zien ben jij echt geen renpaard. Nee, volgens mij ben jij meer een paard voor zo´n stom trekkarretje. Ik weet alleen niet hoe ze zo´n kar noemen, maar daar gaat het nu niet om.
|
|